40-dagen Rechters; Overdenking bij Rechters 21; een poort naar de toekomst

Leestekst: Rechters 21

Het verhaal over het volk Israël in de tijd van de Rechters of Richteren lijkt te eindigen in volledige chaos. Hoofdstuk 19 luidt dit einde al in met de terugkerende uitspraak “In die tijd, toen er geen koning in Israël was,..” (Re 19:1). En niet voor niets eindigt het boek in hoofdstuk 21 met diezelfde uitspraak: “In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.” (Re 21:25).
Beide verzen lijken een kader te zijn, waarbinnen een dramatisch, schokkend en chaotisch beeld van het volk Israël wordt afgebeeld.

Moord, verkrachting, onderlinge strijd… in de tekstgedeelten van de afgelopen dagen werd al heel duidelijk dat chaos groter en groter werd. Het volk lijkt af te zakken tot een niveau waarbij de stammen van het volk elkaar onderling ook niet meer ontzien.

Goed in eigen ogen, blijkt kwaad in ogen van een ander

De verkrachting en dood van de bijvrouw van de Leviet (zie de overdenking van gisteren) is uiteindelijk aanleiding voor een aanval op de stam Benjamin. De leiders van het volk kwamen samen bij Mispa (Re 20:1). Daar maakte men onderling afspraken. Afspraken om te doen was goed was in hun ogen. 

De strijd die volgt is heftig en er vallen zeer veel doden. Uiteindelijk trekt het leger van de Israëlieten door het woongebied van de stam Benjamin: Ze trokken van stad tot stad en doodden er mens en dier zonder ook maar iets of iemand te ontzien. En elke stad waar ze geweest waren, lieten ze in vlammen opgaan. (Re 20:48b)

De leiders van Israël deden goed was in hun ogen. Echter, de straf voor de stam Benjamin was zwaar. Zo zwaar dat de toekomst van de stam op het spel kwam te staan: alle vrouwen waren gedood (Re 21:16). De leiders van het volk hadden een gigantisch probleem voor zichzelf gecreëerd: de stam Benjamin mocht niet uitsterven, maar in Mispa hebben de leiders op last van een vloek (!) afgesproken dat geen van hen dochters zou uithuwelijken aan een man uit de stam Benjamin.
De toekomst van de stam hing dus af van slim plan. Een plan waarmee de vloek werd voorkomen en de mannen van Benjamin toch aan een vrouw kwamen!
Een plan waarmee men deed wat men dacht dat goed was.

Tweemaal een goed plan

Er volgen twee plannen… Voor het eerste plan werd goed gebruik gemaakt van een overtreding van inwoners van Jabes: ze hadden geen afgevaardigden gezonden naar de volksvergadering in Mispa. De bevolking van de stad werd uitgemoord, behalve de maagden. Die werden verzameld in de stad Silo en aan de mannen van Benjamin geschonken.

Helaas bleken er onvoldoende maagden uit Jabes te zijn, waardoor een tweede plan nodig was. Daarvoor werden maagden ontvoerd, die tijdens het feest tere ere van de God van Israël al dansend de stad Silo uit kwamen.

In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was. (Re 21:25).

En daarmee wilde men de stam Benjamin redden: met moord en ontvoering. Een nobel doel en een prachtig streven; maar een weg die opnieuw zonder God wordt ingeslagen. En het boek Rechters toont ons keer op keer, dat goed doen op eigen kracht, leidt tot verval.

Open einde? 

Er lijkt een open einde; want waar blijft het verval?

Natuurlijk houdt het verhaal hier niet op.

Uit de stam Benjamin komt een koning voort; Saul. Deze koning lijkt aanvankelijk een goed mens, doordat hij Jabes in Gilead te hulp schiet, wanneer het onderdrukt wordt door de wrede koning Nachas. (1 Sam 11). Een overwinning die Saul toeschrijft aan God ( 1 Sam 11:13).

Toch blijkt ook Saul vatbaar voor overmoed,, hoogmoed en eerzucht. Zijn leven zal dramatisch en het zijn ( 1 Sam 31) de inwoners van Jabes die de moed hebben zijn lichaam op te halen en te begraven.

De stadpoort van Jabes in Gilead is in dit slot van het boek Rechters, dus niet alleen een poort naar de toekomst van de stam Benjamins (door de komst van de maagden). Het is ook de poort naar de toekomst van Israël, wachtend op haar Koning. De Koning die, die de Messias zou zijn.

En -God dank- kunnen wij getuigen dat die Koning en Messias kwam. En dat Hij, door Zijn kruisdood en Zijn opstanding, voor Israël en voor ons allemaal, de dood heeft oveerwonnen. Hij opende de poort naar het Koninkrijk waar  alle (on)menselijke razernij, alle afgoderij en al het kwaad voorgoed zijn verdwenen.

Nabrander!

Ook de tweede stad uit dit tekstgedeelte, Silo, vormt een schakel naar de toekomst van Israël. De maagden voor de mannen van Benjamin komen (in het eerste en tweede plan) uit of via de stad Silo. Lange tijd was dat de plaats waar de ‘Ark des Verbonds’ in de Tabernakel stond. Samuel groeide op bij de tabernakel in Silo (1 Sam 1-2). Zo start het bijbelboek 1 Samuel, in de stad waar het boek Rechters eindigt.

 

Tycho Jansen