40-dagen Rechters; Overdenking bij Goede Vrijdag en het bijbelboek Rechters; God verlatenheid

Leestekst: Rechters 21:25 en Matteüs 27:45-50

 

Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
(Matt 27:45-46)

Duisternis… verstikkende en alles in zich opnemende nacht… als een symbool van leegte.
Een leegte waarin zelfs God afwezig is. Die het omgekeerde is van het stralende Licht der wereld, zoals Christus zich tijdens zijn leven had getoond.

En die duisternis wordt doorbroken door de schreeuwende pijn in de woorden: “Mijn God, mijn God waarom hebt u mij verlaten.” 

Deze woorden zijn het omgekeerde van wat God ons de afgelopen 40-dagen in het Bijbelboek Rechters heeft getoond. Keer op keer schoot God Zijn volk te hulp. Steeds weer opnieuw zond Hij een rechter. En steeds weer opnieuw herstelde Hij door die rechter Zijn verbond met het volk.

Deze woorden zijn het omgekeerde van hoe we de afgelopen 40-dagen keer op keer zagen hoe God verlaten werd. God bleef achter, door Zijn volk werd vergeten, veracht en achtergelaten.

Ieder jaar klinkt het verhaal van de kruisiging. En ieder jaar klinken de zeven kruiswoorden. De zeven zinnen die Christus spreekt vanaf het kruis.

Het zijn woorden van vergeving, zoals de woorden uit het evangelie van Lucas:

Vader vergeef hun , want ze weten niet wat ze doen (Luc 23:34)

Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn (Luc 23:43)

Het zijn woorden van die zorgen, zoals de woorden aan zijn moeder.

Dat is uw zoon. Dat is je moeder (Joh 19:26-27)

Maar ook woorden van het lijden en van de dood.

Ik heb dorst (Joh 19:28)

Het is volbracht (Joh 19:30)

Vader, in uw handen leg ik mijn geest (Luc 23:46)

Deze zes woorden passen bij het evangelie. Ze  tonen hoe de kruisdood deel is van Gods uitgestoken en reddende hand. In die woorden klinkt de verbinding van Goede Vrijdag naar die wonderbare Paasmorgen; van de duisternis van de uren van Zijn dood, naar het licht van Zijn opstanding.

Opnieuw zond God een rechter… iemand die het afgedwaalde volk weer terugbracht naar het verbond met God. Alleen deze rechter, die drong niet alleen door tot het hart en het geloof van het volk Israël. Nee, God zond hem ook om mijn dwalende hart thuis te brengen. God zond Hem ook, om mijn fouten en mijn zonden te vergeven. Om dat waar ik deed wat in mijn ogen goed was, te herstellen, te vervolmaken… om het goed te maken in de ogen van God.

De rechter waar wij in deze 40-dagen van mochten leren, blijken ieder voor zich voorboden te zijn geweest. Zij weerspiegelden iets van deze grote en volmaakte Rechter.

En dan klinkt, dwars door die duisternis van eenzaamheid en verlatenheid, dat zevende en zo afwijkende kruiswoord. Het kruiswoord dat mij steeds weer doet rillen. “Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten”.

Woorden die ik zo moeilijk kan uitleggen… die, als ik eerlijk ben, mijn verstand ver te boven gaan…

Wat ik wel weet: mijn diep geloof dat deze duistere verlatenheid door Christus werd overwonnen.

Dat deze woorden van verlatenheid van Psalm 22, door het lijden en de opstanding van Christus voor eeuwig zijn verbonden met de troost en opwekking van Psalm 23:

Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed. (Psalm 23 : 4)

Tycho Jansen