40-dagen Rechters; Overdenking bij Witte donderdag en Rechters 21:25; Petrus leert het goede!

Leestekst: Rechters 21:25 en Matteüs 26:17-35

Vandaag is het Witte Donderdag, de dag in de Stille Week waarop traditioneel de instelling van het Heilig Avondmaal wordt herdacht en gevierd. De dag waarop Christus samenkwam met Zijn leerlingen voor Zijn laatste avondmaal. Samen vierden ze de maaltijd, op de avond voor de dag dat Christus als de Koning der Joden zou sterven aan het kruis.

Het verhaal van de maaltijd van de vrienden is meer dan bekend. En veel vaker dan alleen in de Stille Week herhalen we de woorden van die Christus sprak tijdens deze maaltijd. Iedere keer als we als gemeente van Christus het Heilig Avondmaal vieren, klinken deze (z.g.instellings-) woorden:

Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. 

(Matt. 26:26-28).

Rechter Petrus

Aan die tafel zat ook Simon Petrus. Hij is de man die van Christus de plaats zal krijgen van een rechter, zoals we die in de afgelopen weken hebben leren kennen in het gelijknamig Bijbelboek. Een leider voor de leerlingen en volgelingen. Maar ook een man met zijn fouten en falen. Echter, zijn fouten blijken zijn geloof te versterken.

Daar aan de tafel bij Christus had Petrus nog geen idee wat hem die avond te wachten stond. Om nog maar te zwijgen van de dagen die zouden volgen. Na die maaltijd zou alles anders zijn en zou ook hijzelf blijvend veranderen.

Als leerling en volgeling leerden we Petrus kennen als een krachtig heerschap. Wat ze noemen: een haantje-de-voorste! Echter, in de nacht na het Laatste Avondmaal zou juist het kraaien van die haan, Petrus zichzelf van een hele andere kant doen zien. Alhoewel hij het aan tafel, direct na het breken van het brood en het delen van de wijn, nog ontkent, blijkt ook hij weg te vluchten van Christus en Hem te verloochenen. De haan, zo voorspelt Christus hem, zal je er aan herinneren: je deed wat je dacht dat goed was in jouw ogen, maar in werkelijkheid ontkende je Mij als jouw Koning!

Wanneer de haan kraait, slaat die werkelijkheid en de verloochening bij Petrus diep naar binnen. Hij huilt en is vol van schaamte. Toch is dit niet het einde van Petrus. Hij blijkt de rots te zijn, waarop Christus Zijn kerk zou bouwen. Als apostel bracht hij ongekend velen in aanraking met het evangelie: het wonder van kruis en opstanding en het wonder van onze verbinding met Christus, die we in het Heilig Avondmaal mogen ervaren en vieren.

Petrus deed wat hij dacht dat goed was, maar zonder de verbinding met de Koning der koningen, kwam dat goede niet verder dan zelfbehoud en zelfbescherming. De haan kraaide hem wakker!

Petrus zou daarna en tot in de dood een trouwe dienaar zijn van Christus. Door zijn werken en leren, is hij ook voor mij, twintig eeuwen later, een lichtend voorbeeld. Hij roept mij op me niet te richten op wat goed is in mijn ogen, maar me in te zetten voor het goede in de ogen van Christus:

Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen. Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.

(1 Petrus 2:11-12)

 

Tycho Jansen